Vertaling van incidence van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

incidence

': inval, verbreiding, gebied
Transcriptie: [ˈɪnsɪdəns]

Woordenboekartikel

noun

  1. incidentie f (incidence rate)
  2. weerslag m
  3. inval
  4. verbreiding
  5. gebied

Voorbeelden

geneeskunde, epidemiologie


incidence rate

— incidentiecijfer = prevalentiecijfer; niveau van incidentie

incidence of disease

— incidentie van ziekte = ziektelast; frequentie van optreden van ziekte

cumulative incidence

— cumulatieve incidentie = cumulatieve incidentie; accumulatieve incidentie

age-specific incidence

— leeftijdsspecifieke incidentie = incidentie naar leeftijd; incidentie per leeftijdsgroep

sex-specific incidence

— geslachtsspecifieke incidentie = incidentie naar geslacht; incidentie per geslacht

incidence proportion

— incidentieproportie = proportie van ziektegevallen; verhouding van gevallen

incidence density

— incidentiedichtheid = dichtheid van incidentie; intensiteitsmaat van incidentie

incidence data

— incidentiegegevens = gegevens over incidentie; informatie over frequentie van gevallen

increased incidence

— verhoogde incidentie = toename van incidentie; stijging van frequentie van gevallen

decreased incidence

— verlaagde incidentie = daling van incidentie; afname van frequentie van gevallen

epidemiologische indicatoren of analyse


incidence rate ratio

— incidentiecijferratio = verhouding van incidentiecijfers; ratio van incidentieniveaus

standardized incidence ratio

— gestandaardiseerde incidentieverhouding = gestandaardiseerde incidentieverhouding; gestandaardiseerde incidentiecoëfficiënt

incidence trend

— incidentietrend = trend van incidentie; ontwikkeling van frequentie van gevallen

surveillance of incidence

— surveillance van incidentie = monitoring van incidentie; epidemiologische surveillance van frequentie van gevallen

incidence estimate

— incidentieschatting = schatting van incidentie; schatting van frequentie van gevallen

maatschappelijke fenomenen of sociale indicatoren


incidence of crime

— incidentie van criminaliteit = criminaliteitscijfer; frequentie van het plegen van misdrijven

incidence of unemployment

— incidentie van werkloosheid = werkloosheidscijfer; frequentie van werkloosheid

incidence of accidents

— incidentie van ongevallen = ongevalsfrequentie; ongevallencijfer

incidence of poverty

— incidentie van armoede = armoedecijfer; prevalentie van armoede

incidence of errors

— incidentie van fouten = foutfrequentie; aantal fouten

natuurkunde, optica


angle of incidence

— invalshoek = hoek van inval

angle of incidence equals angle of reflection

— invalshoek gelijk aan reflectiehoek = hoek van inval is gelijk aan hoek van reflectie

wiskunde, grafentheorie of combinatoriek


incidence matrix

— incidentiematrix = incidentiematrix

incidence relation

— incidentierelatie = incidentierelatie; lidmaatschapsrelatie

incidence structure

— incidentiestructuur = incidentiestructuur

verzekering, recht of rapportage


incidence of loss

— incidentie van verlies = verliesfrequentie; kans op optreden van verlies

incidence of claims

— incidentie van claims = claimfrequentie; aantal gemelde schaden

incidence reporting

— incidentierapportage = rapportage van gevallen; registratie van gevallen