Vertaling van income van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

income

': inkomen, inkomsten, opbrengst, ontvangst
Transcriptie: [ˈɪnkʌm]

Woordenboekartikel

noun

  1. inkomen n (revenue)
  2. inkomsten f
  3. opbrengst f
  4. winst f
  5. ontvangst

Voorbeelden

soorten en indicatoren van inkomen, definities


gross income

— bruto-inkomen

net income

— netto-inkomen

taxable income

— belastbaar inkomen

disposable income

— besteedbaar inkomen

per capita income

— inkomen per hoofd van de bevolking

median income

— mediaan inkomen

average income

— gemiddeld inkomen

fixed income

— vast inkomen

regular income

— regelmatig inkomen

seasonal income

— seizoensinkomen

bronnen van inkomen of manieren om inkomen te verkrijgen


income from employment

— inkomen uit arbeid

income from investments

— inkomen uit beleggingen

rental income

— huurinkomsten

dividend income

— dividendinkomsten

capital gains income

— inkomen uit kapitaalwinst

passive income

— passief inkomen

earned income

— verdiend inkomen

unearned income

— onverdiend inkomen

self employment income

— inkomen uit zelfstandig ondernemerschap

side income

— bijverdienste; extra inkomen

income generating activities

— inkomsten genererende activiteiten

belastingen, uitkeringen en overheidsregulering


income tax

— inkomstenbelasting

progressive income tax

— progressieve inkomstenbelasting

income threshold

— inkomensdrempel

tax exempt income

— belastingvrij inkomen

reported income

— aangegeven inkomen

income support

— inkomensondersteuning; staatsteun voor inkomen

financiële verslaglegging, bedrijfsvoering en boekhouding


income statement

— resultatenrekening

operating income

— operationele winst

net operating income

— netto operationele winst

other income

— overige baten

income stream

— inkomstenstroom

income projection

— inkomensprognose

income growth

— inkomensgroei

sociaaleconomische concepten, niveau en verdeling van inkomen


income inequality

— inkomensongelijkheid

income distribution

— inkomensverdeling

income bracket

— inkomenscategorie; belastingschijf

low income

— laag inkomen; lage inkomens

middle income

— middeninkomen

high income

— hoog inkomen

income poverty

— inkomensarmoede

acties en uitdrukkingen met inkomen


to earn income

— inkomen verdienen

to generate income

— inkomen genereren; inkomen opleveren

to report income

— inkomen aangeven

to increase income

— inkomen verhogen

to derive income from

— inkomen ontlenen aan

to assess income

— inkomen beoordelen