Vertaling van infect van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

infect

': infecteren, besmetten, aansteken
Transcriptie: [ɪnˈfekt]

Woordenboekartikel

verb

  1. infecteren (contaminate)
  2. besmetten
  3. aansteken

Voorbeelden

Medische besmetting of overdracht van infectie


infect someone

— iemand infecteren; iemand besmetten

infect a wound

— een wond infecteren; een wond besmetten

infect with a virus

— met een virus besmetten; met een virus infecteren

be infected with

— geïnfecteerd zijn; besmet zijn

get infected

— besmet raken; geïnfecteerd raken

infect the bloodstream

— de bloedbaan infecteren; in het bloed terechtkomen

Computer- of digitale infectie


infect a computer

— een computer infecteren; een computer besmetten met schadelijke software

infect a network

— een netwerk infecteren; een netwerk besmetten

infect a file

— een bestand infecteren; een bestand besmetten

infected file

— geïnfecteerd bestand; besmet bestand

Figuurlijke besmetting, overdracht van stemmingen of ideeën


infect someone with enthusiasm

— iemand met enthousiasme besmetten; iemand inspireren

infect with doubt

— twijfel zaaien; met twijfel besmetten

infect the audience with laughter

— het publiek aan het lachen maken; het publiek met lachen besmetten

infect minds with fear

— angst in de gemoederen zaaien; met angst besmetten

Landbouw, ecologie of verspreiding onder populaties


infect crops

— gewassen besmetten; de oogst infecteren

infect the population

— de bevolking besmetten; de bevolking infecteren

infect the environment

— het milieu besmetten; de omgeving infecteren

Passieve constructies en bijvoeglijke naamwoorden op basis van infect


be infected by

— besmet zijn door iemand; geïnfecteerd zijn door iets

infected with

— geïnfecteerd met; besmet met

infected wound

— geïnfecteerde wond; besmette wond