Vertaling van influenza van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

influenza

': influenza, griep
Transcriptie: [ɪnflʊˈenzə]

Woordenboekartikel

noun

  1. influenza f (influenza virus, flu virus)
  2. griep f
  3. seizoensgriep f (seasonal flu)

Voorbeelden

ziekte


catch influenza

— griep oplopen

have influenza

— griep hebben

recover from influenza

— herstellen van de griep

influenza symptoms

— griepsymptomen

behandeling en preventie


influenza vaccine

— griepvaccin

influenza shot

— griepprik

influenza treatment

— griepbehandeling

influenza prevention

— griepreventie

uitbraak en verspreiding


influenza outbreak

— griepuitbraak

influenza epidemic

— griepepidemie

seasonal influenza

— seizoensgriep

influenza virus

— griepvirus