Vertaling van inhabit van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

inhabit

': bewonen, wonen
Transcriptie: [ɪnˈhæbɪt]

Woordenboekartikel

verb

  1. bewonen
  2. wonen (settle)
  3. bevolken

Voorbeelden

wonen in een plaats


inhabit a cave

— in een grot wonen

inhabit the forest

— in het bos wonen

inhabit the island

— het eiland bewonen

inhabit the region

— de regio bewonen

een gebied bewonen


inhabit the land

— het land bewonen

inhabit the valley

— in de vallei wonen

inhabit the coast

— de kust bewonen

inhabit the plains

— op de vlakten wonen

in een omgeving leven


inhabit the depths

— in de diepten leven

inhabit the waters

— in de wateren leven

inhabit the air

— in de lucht leven

inhabit the Arctic

— in het noordpoolgebied leven

in een woning wonen


inhabit a house

— in een huis wonen

inhabit an apartment

— in een appartement wonen

inhabit a dwelling

— in een woning verblijven

inhabit a hut

— in een hut wonen