Vertaling van instal van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

instal

': installeren, plaatsen, aanleggen, bevestigen, fitten
Transcriptie: [ɪnˈstɔːl]

Voorbeelden

installeren en monteren


instal software

— software installeren

instal a program

— een programma installeren

instal a device

— een apparaat monteren

instal equipment

— apparatuur installeren

in functie benoemen


instal a new minister

— een nieuwe minister officieel in functie benoemen

instal the president

— de president beëdigen

instal someone as chairman

— iemand tot voorzitter benoemen

plaatsen en onderbrengen


instal a guest

— een gast onderbrengen

instal a family in a house

— een gezin in een huis laten trekken

instal oneself in a room

— zich in een kamer nestelen

instal a child in a seat

— een kind op een zitplaats zetten

instellen en aansluiten


instal a printer

— een printer aansluiten

instal a driver

— een stuurprogramma installeren

instal a system

— een systeem instellen

instal a new update

— een nieuwe update installeren