Vertaling van instruct van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

instruct

': instrueren, onderrichten, voorschrijven, last geven
Transcriptie: [ɪnˈstrʌkt]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. instrueren (teach)
  2. onderrichten (teach)
  3. instructie f
  4. onderricht n (teach)
  5. onderwijzen (teach)
  6. opdragen
  7. aangeven (tell)
  8. belasten
  9. opleiden n (teach)
  10. aanleren (teach)