Vertaling van instruct van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

instruct

': instrueren, onderrichten, voorschrijven, last geven
Transcriptie: [ɪnˈstrʌkt]

Woordenboekartikel

verb

  1. instrueren (teach)
  2. onderrichten (teach)
  3. instructie f
  4. onderricht n (teach)
  5. onderwijzen (teach)
  6. opdragen
  7. aangeven (tell)
  8. belasten
  9. opleiden n (teach)
  10. aanleren (teach)

Voorbeelden

bevelen en opdrachten geven


instruct someone to do something

— iemand opdragen iets te doen

instruct employees to follow the new rules

— werknemers opdragen de nieuwe regels te volgen

instruct the team to start immediately

— de ploeg opdragen onmiddellijk te beginnen

instruct a witness to wait outside

— een getuige verzoeken buiten te wachten

onderrichten en instrueren


instruct in safety procedures

— onderrichten in veiligheidsprocedures

instruct students in grammar

— studenten onderrichten in grammatica

instruct trainees on equipment use

— stagiairs instrueren over het gebruik van apparatuur

instruct someone how to do something

— iemand leren hoe iets te doen

juridische of officiële opdrachten


instruct counsel

— een advocaat instrueren

instruct the jury on the law

— de jury instrueren over de wet

be instructed by a client

— door een cliënt geïnstrueerd worden

instruct proceedings to begin

— opdragen de procedure te starten

technische opdrachten en programmeeropdrachten


instruct the computer to execute a command

— de computer opdragen een opdracht uit te voeren

instruct the device to reset

— het apparaat opdragen te resetten

instruct the system to update settings

— het systeem opdragen instellingen bij te werken

send instructions to the printer

— instructies naar de printer sturen

waarschuwingen en verboden


instruct someone not to do something

— iemand opdragen iets niet te doen

instruct against doing something

— afraden iets te doen