Vertaling van instruct van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
instruct
Woordenboekartikel
verb
- instrueren (teach)
- onderrichten (teach)
- instructie f
- onderricht n (teach)
- onderwijzen (teach)
- opdragen
- aangeven (tell)
- belasten
- opleiden n (teach)
- aanleren (teach)
Voorbeelden
bevelen en opdrachten geven
instruct someone to do something
— iemand opdragen iets te doeninstruct employees to follow the new rules
— werknemers opdragen de nieuwe regels te volgeninstruct the team to start immediately
— de ploeg opdragen onmiddellijk te beginneninstruct a witness to wait outside
— een getuige verzoeken buiten te wachtenonderrichten en instrueren
instruct in safety procedures
— onderrichten in veiligheidsproceduresinstruct students in grammar
— studenten onderrichten in grammaticainstruct trainees on equipment use
— stagiairs instrueren over het gebruik van apparatuurinstruct someone how to do something
— iemand leren hoe iets te doenjuridische of officiële opdrachten
instruct counsel
— een advocaat instruereninstruct the jury on the law
— de jury instrueren over de wetbe instructed by a client
— door een cliënt geïnstrueerd wordeninstruct proceedings to begin
— opdragen de procedure te startentechnische opdrachten en programmeeropdrachten
instruct the computer to execute a command
— de computer opdragen een opdracht uit te voereninstruct the device to reset
— het apparaat opdragen te resetteninstruct the system to update settings
— het systeem opdragen instellingen bij te werkensend instructions to the printer
— instructies naar de printer sturenwaarschuwingen en verboden
instruct someone not to do something
— iemand opdragen iets niet te doeninstruct against doing something
— afraden iets te doen