Vertaling van instructor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

instructor

': instructeur, leraar, onderwijzer, leider
Transcriptie: [ɪnˈstrʌktə]

Woordenboekartikel

noun

  1. instructeur m (trainer, teacher)
  2. leraar m (trainer)
  3. onderwijzer m (teacher)
  4. docent m
  5. leermeester m
  6. trainer m (trainer)
  7. leerkracht f (teacher)
  8. leider

Voorbeelden

docent


a driving instructor

— een rijinstructeur

a fitness instructor

— een fitnessinstructeur

a yoga instructor

— een yogadocent

an instructor at the college

— een docent aan het college

trainer en mentor


a ski instructor

— een ski-instructeur

a swimming instructor

— een zweminstructeur

an instructor for beginners

— een instructeur voor beginners

an instructor-led course

— een cursus onder leiding van een instructeur

militaire zaken


a drill instructor

— een drillinstructeur

a military instructor

— een militair instructeur

an instructor at the academy

— een instructeur aan de academie

an instructor of recruits

— een instructeur van rekruten