Vertaling van insured van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

insured

': verzekerd
Transcriptie: [ɪnˈʃʊəd]

Woordenboekartikel

participle

  1. verzekerd
  2. verzekerde m (policyholder)

Voorbeelden

Als bijvoeglijk naamwoord of deelwoord


insured person

— verzekerde persoon

insured driver

— verzekerde bestuurder

insured passenger

— verzekerde passagier

insured homeowner

— verzekerde huiseigenaar; verzekerde woningeigenaar

insured tenant

— verzekerde huurder

insured property

— verzekerd eigendom; verzekerde eigendom

insured asset

— verzekerde activa; verzekerd vermogen

insured vehicle

— verzekerd voertuig; verzekerd vervoermiddel

insured employee

— verzekerde werknemer; verzekerde medewerker

insured family member

— verzekerd gezinslid

Met voorzetsels of vaste uitdrukkingen


insured against loss

— verzekerd tegen verlies; verzekerd tegen schade

insured against theft

— verzekerd tegen diefstal

insured against fire

— verzekerd tegen brand

insured for the full amount

— verzekerd voor het volledige bedrag

insured for life

— verzekerd tegen overlijden; verzekerd voor het leven

insured by the insurer

— verzekerd door de verzekeraar

fully insured

— volledig verzekerd

partially insured

— gedeeltelijk verzekerd

double insured

— dubbel verzekerd; verzekerd bij twee verzekeraars

Verzekeringstermen of juridische uitdrukkingen


named insured

— met name genoemde verzekerde; aangewezen verzekerde

additional insured

— aanvullend verzekerde

insured interest

— verzekerd belang

insured amount

— verzekerd bedrag

insured value

— verzekerde waarde

insured loss

— verzekerd verlies

insured event

— verzekerde gebeurtenis

insured perils

— verzekerde risico's

insured party

— verzekerde partij

benefits to the insured

— uitkeringen aan de verzekerde; voordelen voor de verzekerde