Vertaling van insurer van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

insurer

': verzekeraar, assuradeur
Transcriptie: [ɪnˈfʊ(ə)rə]

Woordenboekartikel

noun

  1. verzekeraar m (insurance)
  2. verzekeringsmaatschappij f
  3. zorgverzekeraar m (health insurer)
  4. verzekerde m (insured)
  5. assuradeur

Voorbeelden

verzekeraar


the insurer

— de verzekeraar

the insurer pays

— de verzekeraar betaalt

the insurer covers losses

— de verzekeraar dekt verliezen

verzekeringsmaatschappij


major insurer

— grote verzekeraar

private insurer

— particuliere verzekeraar

health insurer

— zorgverzekeraar

verzekeringnemer


the insurer and the insured

— de verzekeraar en de verzekerde

the insurer's client

— de klant van de verzekeraar

notify the insurer

— de verzekeraar op de hoogte stellen

verzekeringsdekking


insurer liability

— aansprakelijkheid van de verzekeraar

insurer coverage

— dekking van de verzekeraar

insurer claim

— schadeclaim bij de verzekeraar