Vertaling van interact van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

interact

': op elkaar inwerken
Transcriptie: [ɪntərˈækt]

Woordenboekartikel

verb

  1. interactie f
  2. wisselwerking f
  3. communiceren (talk)
  4. interageren
  5. werken (work)
  6. omgaan
  7. samenwerken (cooperate, work)
  8. samen
  9. interactief
  10. contact (connect)

Voorbeelden

mens en mens, communicatie


interact with people

— omgaan met mensen

interact face to face

— persoonlijk omgaan

interact socially

— sociaal omgaan

interact with colleagues

— omgaan met collega's

interact with customers

— omgaan met klanten

interact in a team

— in een team samenwerken

technologie of computers


interact with software

— met software werken

interact online

— online communiceren

interact via an app

— via een app communiceren

interact through a user interface

— via een gebruikersinterface werken

interact with a touchscreen

— met een aanraakscherm werken

wetenschap, biologie of chemie


interact with receptors

— met receptoren binden

interact chemically

— chemisch reageren

interact with molecules

— met moleculen reageren

interact synergistically

— synergetisch samenwerken

sociale media of communicatieplatforms


interact on social media

— op sociale media actief zijn

interact through comments

— via reacties communiceren

interact via direct message

— via een direct bericht communiceren

gedrag, houding of leren


interact positively

— positief omgaan

interact with strangers

— met vreemden omgaan

interact respectfully

— respectvol omgaan

grammaticale constructies of woordvormen


interact with

— omgaan met

interact together

— samenwerken

interact remotely

— op afstand samenwerken