Vertaling van interaction van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

interaction

': wisselwerking
Transcriptie: [ɪntərˈækʃn]

Woordenboekartikel

noun

  1. wisselwerking f
  2. interactie f (relationship)
  3. samenspel n
  4. omgang m (relationship)
  5. interactief (interactivity)
  6. communicatie f (communication)
  7. communiceren (communication)
  8. interageren
  9. samenhang m (relationship)

Voorbeelden

sociale of interpersoonlijke wisselwerking


social interaction

— sociale interactie

interpersonal interaction

— interpersoonlijke interactie

peer interaction

— interactie met leeftijdsgenoten; interactie tussen leeftijdsgenoten

face-to-face interaction

— face-to-face-interactie; persoonlijk contact

group interaction

— groepsinteractie

verbal interaction

— verbale interactie

nonverbal interaction

— non-verbale interactie

mens-computerinteractie of technologische interactie


human-computer interaction

— mens-computerinteractie

user interaction

— gebruikersinteractie

user-system interaction

— gebruiker-systeeminteractie

interaction design

— interactieontwerp; ontwerp van interactie

gesture-based interaction

— op gebaren gebaseerde interactie; interactie met gebaren

multimodal interaction

— multimodale interactie

wetenschappelijke of chemisch-biologische interactie


chemical interaction

— chemische interactie

molecular interaction

— moleculaire interactie

protein-protein interaction

— eiwit-eiwitinteractie; interactie tussen eiwitten

ligand-receptor interaction

— ligand-receptorinteractie; interactie tussen ligand en receptor

particle interaction

— deeltjesinteractie

binding interaction

— bindingsinteractie; interactie bij binding

medische of farmacologische interactie


drug interaction

— geneesmiddelinteractie; interactie tussen geneesmiddelen

drug-drug interaction

— geneesmiddel-geneesmiddelinteractie; interactie tussen geneesmiddelen

adverse drug interaction

— ongunstige geneesmiddelinteractie; nadelige interactie tussen geneesmiddelen

food-drug interaction

— voedsel-geneesmiddelinteractie; interactie tussen voedsel en geneesmiddelen

clinical interaction

— klinische interactie; interactie in klinische context

statistische of onderzoeksinteractie


interaction effect

— interactie-effect

interaction term

— interactieterm; interactievariabele

interaction between variables

— interactie tussen variabelen

moderation interaction

— moderatie-interactie; moderatie-effect

educatieve of zakelijke interactie


teacher-student interaction

— docent-leerlinginteractie; interactie tussen leraar en leerling; interactie tussen docent en student

parent-child interaction

— ouder-kindinteractie; interactie tussen ouder en kind

collaborative interaction

— collaboratieve interactie; interactie in samenwerking

customer interaction

— klantinteractie; interactie met klant; interactie met klanten

team interaction

— teaminteractie; interactie binnen een team