Vertaling van interface van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

interface

': interface
Transcriptie: [ˈɪntəfeɪs]

Woordenboekartikel

noun

  1. interface m (user interface)
  2. gebruikersinterface m
  3. interfacing f
  4. interactie f

verb

  1. samenwerken (collaborate)

Voorbeelden

informatica, programmeren


 

user interface

— gebruikersinterface
 

graphical user interface

— grafische gebruikersinterface; grafische gebruikersomgeving
 

command-line interface

— commandoregelinterface; opdrachtregelinterface
 

application programming interface

— application programming interface; API
 

programming interface

— programmeerinterface
 

interface specification

— interfacespecificatie
 

interface contract

— interfacecontract

gebruikersinteractie, ontwerp


 

user interface design

— ontwerpen van gebruikersinterfaces; gebruikersinterfaceontwerp
 

user interface element

— element van gebruikersinterface; gebruikersinterface-element
 

touch interface

— aanraakinterface; touchinterface
 

voice interface

— spraakinterface; steminterface
 

natural language interface

— natuurlijke-taalinterface
 

human-computer interface

— mens-computerinterface; human-computerinterface

netwerken, communicatie, apparatuur


 

network interface

— netwerkinterface
 

network interface card

— netwerkkaart; netwerkinterfacekaart
 

ethernet interface

— ethernetinterface; interface voor ethernet
 

serial interface

— seriële interface
 

parallel interface

— parallelle interface
 

usb interface

— usb-interface; interface voor universele seriële bus

hardware-interfaces, connectoren, printplaten


 

interface connector

— interfaceconnector; verbindingsconnector
 

interface adapter

— interface-adapter
 

interface controller

— interfacecontroller
 

interface board

— interfacekaart; interfaceprintplaat
 

interface circuit

— interfaceschakeling; interfacecircuit

systeemlagen, protocollen, grenzen


 

interface layer

— interfacelaag
 

interface protocol

— interfaceprotocol
 

external interface

— externe interface
 

internal interface

— interne interface
 

interface boundary

— interfacegrens

gespecialiseerde en interdisciplinaire


 

brain-computer interface

— hersen-computerinterface; brain-computerinterface
 

man-machine interface

— mens-machine-interface; human-machine-interface
 

interface between systems

— interface tussen systemen
 

organizational interface

— organisatorische interface