Vertaling van interfering van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

interfering

': interfereren, storen, belemmeren, verhinderen, lastig vallen
Transcriptie: [ɪntəˈfɪərɪŋ]   US     UK 

Woordenboekartikel

participle

  1. interfereren
  2. bemoeien
  3. verstoren

adjective

  1. interfererende
  2. interferentie f

verb

  1. storen
  2. belemmeren
  3. verhinderen
  4. lastig vallen
  5. nadeel toebrengen
  6. vervelen
  7. verkrachten
  8. schade berokken
  9. tegenspreken