Vertaling van interlocutor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

interlocutor

': persoon met wie men spreekt
Transcriptie: [ɪntəˈlɒkjʊtə]

Woordenboekartikel

noun

  1. gesprekspartner m (interviewer)
  2. persoon met wie men spreekt

Voorbeelden

gespreksdeelnemer


a polite interlocutor

— een beleefde gesprekspartner

an attentive interlocutor

— een aandachtige gesprekspartner

a skilled interlocutor

— een vaardige gesprekspartner

a willing interlocutor

— een gesprekspartner die openstaat voor een gesprek

in een gesprek


interlocutor in a debate

— gesprekspartner in een debat

interlocutor in a discussion

— gesprekspartner in een discussie

interlocutor across the table

— gesprekspartner tegenover je

interlocutor on the phone

— telefoongesprekspartner

formele taal


the chief interlocutor

— de belangrijkste gesprekspartner

the foreign interlocutor

— de buitenlandse gesprekspartner

the political interlocutor

— de politieke gesprekspartner

the main interlocutor

— de voornaamste gesprekspartner

interactie


a trusted interlocutor

— een vertrouwde gesprekspartner

a difficult interlocutor

— een moeilijke gesprekspartner

a calm interlocutor

— een rustige gesprekspartner

a lively interlocutor

— een levendige gesprekspartner