Vertaling van interval van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

interval

': interval, tussenpoos, tussenruimte
Transcriptie: [ˈɪntəvəl]

Woordenboekartikel

noun

  1. interval n (gap, time interval)
  2. tijdsinterval n
  3. tijdinterval n
  4. pauze f (interruption)
  5. periode f (time, period)
  6. tijdsduur m
  7. tijdspanne f
  8. tijdsperiode f
  9. tijdvak n
  10. onderbreking f (interruption)

Voorbeelden

time interval

— tijdsinterval

interval training

— intervaltraining

at regular intervals

— met regelmatige tussenpozen

the interval between events

— het interval tussen gebeurtenissen

short interval

— kort tijdsinterval

musical interval

— muzikaal interval

interval of silence

— stilte-interval

rain at intervals

— regen met tussenpozen

interval of rest

— rustinterval