Vertaling van intimacy van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

intimacy

': vertrouwelijkheid
Transcriptie: [ˈɪntɪməsɪ]

Woordenboekartikel

noun

  1. intimiteit f (privacy)
  2. intiem
  3. vertrouwelijkheid

Voorbeelden

emotionele nabijheid


emotional intimacy

— emotionele intimiteit

intimacy with someone

— intimiteit met iemand; vertrouwelijkheid in de omgang met iemand

intimacy in a relationship

— intimiteit in een relatie; vertrouwelijkheid in een paar

deep emotional intimacy

— diepe emotionele intimiteit

intimacy issues

— intimiteitsproblemen; problemen met het aangaan van hechte relaties

emotional intimacy needs

— behoeften aan emotionele intimiteit

fysieke of seksuele intimiteit


sexual intimacy

— seksuele intimiteit; intieme relaties

physical intimacy

— fysieke intimiteit; lichamelijke nabijheid

lack of sexual intimacy

— gebrek aan seksuele intimiteit; tekort aan intiem leven

intimacy and sex

— intimiteit en seks

sexual intimacy needs

— seksuele behoeften; behoefte aan seksueel contact

intimiteit, privacy of afzondering


intimacy and privacy

— intimiteit en privacy; nabijheid en persoonlijke ruimte

sense of intimacy

— gevoel van intimiteit; gevoel van geborgenheid en nabijheid

intimacy of the moment

— intimiteit van het moment; intieme sfeer van het moment

intimacy of the setting

— intimiteit van de omgeving; intieme sfeer van de setting

opbouwen of herstellen van intimiteit


intimacy building exercises

— oefeningen om de intimiteit te versterken; oefeningen in het opbouwen van intimiteit

to rebuild intimacy

— intimiteit herstellen; opnieuw intieme band opbouwen

to create intimacy

— intimiteit creëren; intimiteit tot stand brengen

fostering intimacy

— het bevorderen van intimiteit; het stimuleren van nabijheid

intimacy through communication

— intimiteit door communicatie; nabijheid via gesprek

angst voor intimiteit; bindingsangst


fear of intimacy

— angst voor intimiteit

intimacy avoidance

— vermijding van intimiteit; ontwijken van emotionele nabijheid

loss of intimacy

— verlies van intimiteit; verlies van nabijheid

barriers to intimacy

— barrières voor intimiteit; belemmeringen voor een intieme band

familiale of verwante nabijheid


parent-child intimacy

— ouder-kind intimiteit; vertrouwensband tussen ouder en kind

sibling intimacy

— intimiteit tussen broers en zussen; hechte familierelaties

family intimacy

— familiale intimiteit; gezinswarmte en vertrouwen

intimacy with parents

— intimiteit met de ouders; vertrouwensband met de ouders