Vertaling van intimacy van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
intimacy
Woordenboekartikel
noun
- intimiteit f (privacy)
- intiem
- vertrouwelijkheid
Voorbeelden
emotionele nabijheid
emotional intimacy
— emotionele intimiteitintimacy with someone
— intimiteit met iemand; vertrouwelijkheid in de omgang met iemandintimacy in a relationship
— intimiteit in een relatie; vertrouwelijkheid in een paardeep emotional intimacy
— diepe emotionele intimiteitintimacy issues
— intimiteitsproblemen; problemen met het aangaan van hechte relatiesemotional intimacy needs
— behoeften aan emotionele intimiteitfysieke of seksuele intimiteit
sexual intimacy
— seksuele intimiteit; intieme relatiesphysical intimacy
— fysieke intimiteit; lichamelijke nabijheidlack of sexual intimacy
— gebrek aan seksuele intimiteit; tekort aan intiem levenintimacy and sex
— intimiteit en sekssexual intimacy needs
— seksuele behoeften; behoefte aan seksueel contactintimiteit, privacy of afzondering
intimacy and privacy
— intimiteit en privacy; nabijheid en persoonlijke ruimtesense of intimacy
— gevoel van intimiteit; gevoel van geborgenheid en nabijheidintimacy of the moment
— intimiteit van het moment; intieme sfeer van het momentintimacy of the setting
— intimiteit van de omgeving; intieme sfeer van de settingopbouwen of herstellen van intimiteit
intimacy building exercises
— oefeningen om de intimiteit te versterken; oefeningen in het opbouwen van intimiteitto rebuild intimacy
— intimiteit herstellen; opnieuw intieme band opbouwento create intimacy
— intimiteit creëren; intimiteit tot stand brengenfostering intimacy
— het bevorderen van intimiteit; het stimuleren van nabijheidintimacy through communication
— intimiteit door communicatie; nabijheid via gesprekangst voor intimiteit; bindingsangst
fear of intimacy
— angst voor intimiteitintimacy avoidance
— vermijding van intimiteit; ontwijken van emotionele nabijheidloss of intimacy
— verlies van intimiteit; verlies van nabijheidbarriers to intimacy
— barrières voor intimiteit; belemmeringen voor een intieme bandfamiliale of verwante nabijheid
parent-child intimacy
— ouder-kind intimiteit; vertrouwensband tussen ouder en kindsibling intimacy
— intimiteit tussen broers en zussen; hechte familierelatiesfamily intimacy
— familiale intimiteit; gezinswarmte en vertrouwenintimacy with parents
— intimiteit met de ouders; vertrouwensband met de ouders