Vertaling van jam van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

jam

': jam, vastlopen, storen, opstopping, gelei
Transcriptie: [ʤæm]

Woordenboekartikel

noun

  1. jam m (marmalade)
  2. vastlopen (jamming)
  3. vastgelopen (paper jam)
  4. opstopping
  5. gelei
  6. gedrang
  7. klemming

verb

  1. blokkeren (blockage)
  2. storen
  3. klemmen
  4. knellen
  5. vastzetten
  6. samendrukken

Voorbeelden

jam


strawberry jam

— aardbeienjam

homemade jam

— zelfgemaakte jam

a jar of jam

— een pot jam

apricot jam

— abrikozenjam

zoete smeersels en toevoegingen


jam on toast

— jam op toast

jam sandwich

— jamboterham

spread jam

— jam smeren

serve with jam

— serveren met jam

bereiding en opslag


make jam

— jam maken

cook the jam

— de jam koken

seal the jam

— de jam afsluiten

jam jar

— jampot

fruitmassa


raspberry jam

— frambozenjam

plum jam

— pruimenjam

thick jam

— dikke jam

sweet jam

— zoete jam