Vertaling van job van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

job

': baan, werk, taak, arbeidsplaats, baantje
Transcriptie: [ʤəʊb]

Woordenboekartikel

noun

  1. baan f (career)
  2. taak f (task)
  3. werk n (employment)
  4. karwei n (chore)
  5. opdracht f
  6. opgave f
  7. job f (task)
  8. werkgelegenheid f (employment)
  9. tewerkstelling f
  10. functie f (role)

verb

  1. uitvoeren
  2. knoeien
  3. handelen in
  4. huren
  5. verhuren
  6. karweien aannemen
  7. op stuk werken
  8. sjachteren

Voorbeelden

werk en functie


get a job

— aan de slag gaan

lose a job

— zijn baan verliezen

full-time job

— voltijdbaan

part-time job

— deeltijdbaan

job opening

— vacature

job title

— functietitel

taak en opdracht


do the job

— de klus klaren

a tough job

— een zware klus

job assignment

— werkopdracht

job description

— functiebeschrijving

job at hand

— huidige taak

job well done

— goed gedaan werk

werkproces en kwaliteit


job performance

— werkprestaties

job satisfaction

— werktevredenheid

job training

— beroepsopleiding

job skills

— beroepsvaardigheden

job market

— arbeidsmarkt

job search

— baanzoektocht

informeel en overdrachtelijk


a dirty job

— een vuil karweitje

a quick job

— een snelle klus

a rough job

— een ruw karwei

job of work

— een stuk werk

make a job of it

— er goed werk van maken

job lot

— partij goederen