Vertaling van label van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

label

': label, etiket, etiketteren, bestempelen, strookje
Transcriptie: [leɪbl]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. label n (tag, sticker)
  2. etiket n
  3. tag m
  4. merk n (brand)
  5. sticker m (sticker)
  6. aanduiding f (designate)
  7. markering f (tag)
  8. gemarkeerd
  9. benaming f (designate)
  10. bijschrift n (caption)

verb

  1. etiketteren
  2. labelen (tag)
  3. noemen (name)
  4. duiden (identify)
  5. bestempelen
  6. van labels voorzien
  7. beschrijven
  8. van een etiket voorzien