Vertaling van landlord van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

landlord

': huisbaas, landheer, waard, herbergier, hospes
Transcriptie: [ˈlændlɔːd]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. herbergier m
  2. verhuurder m (owner)
  3. eigenaar m (owner)
  4. huurder m (tenant)
  5. landeigenaar m (landowner)
  6. huisbaas
  7. landheer
  8. waard
  9. hospes
  10. kostbaas