Vertaling van landlord van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
landlord
Transcriptie: [ˈlændlɔːd] US
UK
Woordenboekartikel
noun
- herbergier m
- verhuurder m (owner)
- eigenaar m (owner)
- huurder m (tenant)
- landeigenaar m (landowner)
- huisbaas
- landheer
- waard
- hospes
- kostbaas