Vertaling van landlord van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
landlord
Transcriptie: [ˈlændlɔːd]
Woordenboekartikel
noun
- herbergier m
- verhuurder m (owner)
- eigenaar m (owner)
- huurder m (tenant)
- landeigenaar m (landowner)
- huisbaas
- landheer
- waard
- hospes
- kostbaas
Voorbeelden
eigenaar van de woning
the landlord of the house
— de huisbaas van het huisa wealthy landlord
— een welgestelde huisbaaslandlord and tenant
— huisbaas en huurderverhuurder
pay the landlord
— de verhuurder betalencontact the landlord
— contact opnemen met de verhuurderthe landlord's permission
— de toestemming van de verhuurderhuurwoning
the landlord's property
— het eigendom van de huisbaasthe landlord's flat
— het appartement van de huisbaasthe landlord's rules
— de regels van de huisbaaseigenaar van de zaak
the landlord of the pub
— de eigenaar van de pubthe landlord served us
— de eigenaar bediende onsask the landlord for a drink
— aan de eigenaar om een drankje vragen