Vertaling van last van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
last
Transcriptie: [lɑːst]
Woordenboekartikel
verb
- laatst (recent)
- duren (take)
- afgelopen (previous)
- meegaan
- doorgaan (continue)
- uithouden
- voortduren
- goed blijven
- voldoende zijn
adjective
- vorig (previous)
- verleden n (previous)
- uiteindelijke (finally)
- voorgaand
- jongstleden
- laatstleden
- voorafgaand
- hoogste
noun
- laatste
- last
- duur
- uiterste
- einde
- eind
- leest
- uithoudingsvermogen
adverb
- het laatst
Voorbeelden
laatste, finaal
last chance
— laatste kansthe last episode
— de laatste afleveringthe last chapter
— het laatste hoofdstukthe last day
— de laatste daglast boss
— eindbaas; laatste tegenstanderlast hurrah
— laatste akkoord; laatste sprintvorig, voorgaand
last year
— vorig jaarlast week
— vorige weeklast month
— vorige maandlast friday
— afgelopen vrijdaglast time
— vorige keer; laatste keerlast weekend
— afgelopen weekendduren, voortduren
to last
— duren; voortdurenit lasted two hours
— het duurde twee uurhow long will it last
— hoe lang zal het durenit won't last
— het zal niet durenop het laatste moment; dringend
last minute
— op het laatste moment; spoed-last-minute decision
— beslissing op het laatste momentto leave something until the last minute
— iets uitstellen tot het laatste momentvaste uitdrukkingen, idioom
at last
— eindelijklast but not least
— last but not least; niet in de laatste plaatsthe last straw
— de druppel die de emmer doet overlopento have the last laugh
— als laatste lachen; de uiteindelijke overwinning behalenachternaam, familienaam
last name
— achternaamfamily name
— familienaam; geslachtsnaamplaats in de volgorde of lijst
last place
— laatste plaatslast person
— laatste persoonlast in line
— laatste in de rij