Vertaling van laugh van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

laugh

': lach, lachen, gelach
Transcriptie: [lɑːf]

Woordenboekartikel

verb

  1. lachen (laughter)

noun

  1. lach m (laughter)
  2. gelach n
  3. gelachen (laughter)
  4. lachend (smile)

Voorbeelden

werkwoordelijke combinaties, zinnen met laugh


laugh

— lachen

laugh out loud

— hardop lachen; schaterlachen

laugh at someone

— iemand uitlachen

laugh about something

— ergens om lachen; ergens om grinniken

laugh off something

— ergens om lachen; iets wegwuiven; iets niet serieus nemen

burst out laughing

— in lachen uitbarsten

make someone laugh

— iemand aan het lachen maken

have a laugh

— lachen; plezier hebben

idiomen, vaste uitdrukkingen met laugh


have the last laugh

— het laatste woord hebben; uiteindelijk winnen

laugh one's head off

— in een deuk liggen; zich kapot lachen

laugh up one's sleeve

— in zijn vuistje lachen; stiekem lachen

be a laughing stock

— de kop van Jut zijn; voor gek staan

no laughing matter

— geen lachertje; geen zaak voor de grap

get a laugh

— een lach losmaken; een grap laten landen

zelfstandige combinaties, uitdrukkingen met laugh


a laugh

— een lach; een grap

a burst of laughter

— een lachsalvo; een uitbarsting van gelach

a fit of laughter

— een lachbui; een vlaag van lachen

laughing gas

— lachgas; distikstofmonoxide

laugh track

— lachband; ingeblikt gegrinnik

collocaties, veelvoorkomende combinaties


laugh loudly

— hard lachen

laugh nervously

— zenuwachtig lachen; verlegen lachen

laugh politely

— beleefd lachen; plichtmatig lachen

laugh with someone

— met iemand meelachen

laugh out of relief

— lachen van opluchting

informele uitdrukkingen, omgangstaal


laugh it off

— ergens om lachen; iets van je af lachen

laugh along

— meelachen; in lachen uitbarsten

have a laugh about it

— erom lachen; er de humor van inzien

laugh your socks off

— zich een ongeluk lachen; je kapot lachen