Vertaling van learn van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

learn

': leren, vernemen, aanleren, horen, erachter komen
Transcriptie: [lɜːn]

Woordenboekartikel

verb (learned/learnt, learned/learnt)

  1. leren (teach)
  2. aanleren (teach)
  3. vernemen
  4. onderwijzen (teach)
  5. geleerd (understand)
  6. lerend
  7. leer n (teach)
  8. weten (know)
  9. lezen (read)
  10. ontdekken (discover)

Voorbeelden

leren en studeren


learn a language

— een taal leren

learn the rules

— de regels leren

learn by heart

— uit het hoofd leren

learn from a book

— uit een boek leren

vernemen en kennismaken


learn the news

— het nieuws vernemen

learn the truth

— de waarheid vernemen

learn about someone

— over iemand te weten komen

learn a new name

— een nieuwe naam horen

aanleren en een vaardigheid verwerven


learn to drive

— leren rijden

learn a skill

— een vaardigheid aanleren

learn to swim

— leren zwemmen

learn the ropes

— het vak leren

ervaren en opnemen


learn life lessons

— levenslessen opdoen

learn the hard way

— op de harde manier leren

learn the value of patience

— de waarde van geduld leren kennen

learn from experience

— uit ervaring leren