Vertaling van learned van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
learned
Transcriptie: [ˈlɜːnɪd]
Woordenboekartikel
noun
- geleerd
adjective
- leren
- getrokken
- aangeleerd
- ontwikkeld
- getraind
- knap
Voorbeelden
geleerd, aangeleerd of bestudeerd
learned how to cook
— leren koken; kookvaardigheden onder de knie krijgenlearned to drive
— leren rijden; autorijden onder de knie krijgenlearned a new language
— een nieuwe taal leren; een nieuwe taal beheersenlearned the basics
— de basis leren; de grondbeginselen lerenlearned by heart
— uit het hoofd leren; van buiten lerenlearned to play the piano
— piano leren spelen; pianospel onder de knie krijgenlearned a song
— een lied leren; een melodie lerengeleerd of ontwikkeld
a learned man
— een geleerd man; een erudiet mana learned scholar
— een geleerde; een erudiete wetenschappera learned professor
— een geleerde professor; een erudiete professora learned treatise
— een geleerd traktaat; een wetenschappelijk geschriftaangeleerd gedrag of vaardigheden
learned behavior
— aangeleerd gedrag; verworven gedraglearned response
— aangeleerde reactie; geconditioneerde reactielearned skill
— aangeleerde vaardigheid; verworven vaardigheidlearned pattern
— aangeleerd patroon; ingesleten patroonidiomatische uitdrukkingen
learned the ropes
— het klappen van de zweep kennen; de fijne kneepjes lerenlearned the hard way
— op de harde manier leren; door schade en schande wijs wordenlearned his lesson
— zijn lesje leren; een les trekkenlearned from experience
— uit ervaring leren; van ervaring lerenvoorbeeldzinnen
He learned to play the guitar.
— Hij leerde gitaar spelen.She learned the ropes in a month.
— Ze leerde het werk binnen een maand.