Vertaling van leaseholder van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

leaseholder

': huurder, pachter
Transcriptie: [ˈliːshəʊldə]

Woordenboekartikel

noun

  1. huurder m (tenant)
  2. pachter

Voorbeelden

Bezit en huurdersstatus


leaseholder

— huurder krachtens huurovereenkomst; houder van het huurrecht

sole leaseholder

— enige huurder; enige houder van het huurrecht

joint leaseholders

— gezamenlijke huurders; gezamenlijke houders van het huurrecht

long-term leaseholder

— langdurige huurder; houder van langdurige huurovereenkomst

short-term leaseholder

— kortdurende huurder; houder van kortdurende huurovereenkomst

Rechten en plichten


leaseholder rights

— rechten van de huurder; rechten krachtens huurovereenkomst

leaseholder obligations

— verplichtingen van de huurder; verplichtingen krachtens huurovereenkomst

right of the leaseholder to renew

— recht van de huurder op verlenging; recht van de huurder om de huurovereenkomst te verlengen

leaseholder responsibilities for repairs

— verantwoordelijkheden van de huurder voor reparaties; aansprakelijkheid van de huurder voor reparaties

Financiën en betalingen


ground rent payable by the leaseholder

— erfpacht door de huurder te betalen; jaarlijkse grondrente door de huurder te betalen

service charges payable by the leaseholder

— servicekosten door de huurder te betalen; bijdragen in de gemeenschappelijke kosten door de huurder te betalen

leaseholder contribution to maintenance

— bijdrage van de huurder aan het onderhoud; aandeel van de huurder in het onderhoud

leaseholder arrears

— achterstallige betalingen van de huurder; huurachterstand van de huurder

Documenten, overeenkomsten en overdracht


leaseholder agreement

— huurovereenkomst; overeenkomst met de huurder

leaseholder transfer

— overdracht van het huurrecht; overdracht van de huurovereenkomst

leaseholder title documents

— titeldocumenten van de huurder; eigendomsbewijzen van de huurder

registration of leaseholder interest

— registratie van het huurrecht; inschrijving van het recht van de huurder

Relaties met de verhuurder en geschillen


landlord and leaseholder relationship

— relatie tussen verhuurder en huurder; verhouding tussen eigenaar en huurder

leaseholder dispute with landlord

— geschil van de huurder met de verhuurder; conflict tussen huurder en verhuurder

notice to leaseholder

— kennisgeving aan de huurder; mededeling aan de huurder

mediation between landlord and leaseholder

— mediation tussen verhuurder en huurder; bemiddeling tussen eigenaar en huurder

Soorten onroerend goed en bestemming


residential leaseholder

— huurder van woonruimte; huurder van een woning krachtens huurovereenkomst

commercial leaseholder

— huurder van bedrijfsruimte; huurder van commercieel onroerend goed krachtens huurovereenkomst

leaseholder of a flat

— huurder van een flat; huurder van een appartement krachtens huurovereenkomst

leaseholder of land

— huurder van grond; pachter van een stuk grond krachtens huurovereenkomst

Verlenging, afkoop en beëindiging


leaseholder lease extension

— verlenging van de huurovereenkomst door de huurder; verlenging van het huurrecht door de huurder

leaseholder enfranchisement

— afkoop van het huurrecht door de huurder; verkrijging van de volle eigendom door de huurder

termination by the leaseholder

— beëindiging van de huurovereenkomst door de huurder; opzegging door de huurder

leaseholder surrender

— opgave van het huurrecht door de huurder; afstand van het huurrecht door de huurder

Beheer van het gebouw en gemeenschappen van huurders


leaseholder meeting

— vergadering van huurders; bijeenkomst van houders van huurrechten

leaseholder association

— vereniging van huurders; belangenvereniging van houders van huurrechten

right to manage exercised by leaseholders

— recht op beheer uitgeoefend door huurders; beheersrecht van huurders

leaseholder service charge dispute

— geschil over servicekosten tussen huurder en beheerder; geschil van de huurder over gemeenschappelijke kosten