Vertaling van legacy van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

legacy

': nalatenschap, legaat, erfmaking
Transcriptie: [ˈlegəsɪ]

Woordenboekartikel

noun

  1. nalatenschap f (inheritance)
  2. Legacy m
  3. erfenis f (inheritance)
  4. erfgoed n
  5. oud
  6. verouderd
  7. bestaand
  8. patrimonium n
  9. Testament n
  10. legaat

Voorbeelden

erfenis of nalatenschap


family legacy

— familie-erfenis

leave a legacy

— een erfenis nalaten; iets achterlaten

inherit a legacy

— een erfenis erven

legacy in a will

— erfenis bij testament

cultureel of historisch erfgoed


cultural legacy

— cultureel erfgoed

historical legacy

— historisch erfgoed

colonial legacy

— koloniaal erfgoed

legacy of slavery

— erfgoed van de slavernij

technologisch erfgoed of verouderde systemen


legacy system

— verouderd systeem; erfgoedsysteem

legacy software

— verouderde software; erfgoedsoftware

legacy code

— erfgoedcode; verouderde code

legacy hardware

— verouderde hardware; erfgoedhardware

migrate from a legacy platform

— overstappen van een verouderd platform; migreren vanaf een erfgoedplatform

financieel erfgoed of schenkingen


legacy gift

— erfenisschenking; legaat

leave a legacy to charity

— iets nalaten aan een goed doel; een erfenis aan een goed doel nalaten

legacy donation

— testamentaire schenking; erfenisschenking

persoonlijk erfgoed of invloed


personal legacy

— persoonlijk erfgoed; persoonlijke nalatenschap

leave a lasting legacy

— een blijvende erfenis nalaten; een duurzaam erfgoed achterlaten

legacy of achievements

— erfgoed van prestaties; nalatenschap van successen

legacy of leadership

— erfgoed van leiderschap; nalatenschap van leiderschap

traditionele bedrijven of vervoerders


legacy carrier

— traditionele luchtvaartmaatschappij; ouderwetse vervoerder

legacy brand

— verouderd merk; merk met een lange geschiedenis