Vertaling van live van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

live

': leven, wonen, levend, in leven, leven van
Transcriptie: [ˈlaɪv]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. live m

verb

  1. leven n
  2. wonen (dwell)
  3. levend (lively)
  4. woont
  5. leefden
  6. woonachtig (reside)
  7. overleven (survive)
  8. bewonen (dwell)
  9. verkeren (sojourn)
  10. leven van

adjective

  1. in leven
  2. echt
  3. levendig
  4. onder stroom
  5. in beweging
  6. pienter
  7. druk
  8. krachtig