Vertaling van live van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

live

': leven, wonen, levend, in leven, leven van
Transcriptie: [ˈlaɪv]

Woordenboekartikel

noun

  1. live m

verb

  1. leven n
  2. wonen (dwell)
  3. levend (lively)
  4. woont
  5. leefden
  6. woonachtig (reside)
  7. overleven (survive)
  8. bewonen (dwell)
  9. verkeren (sojourn)
  10. leven van

adjective

  1. in leven
  2. echt
  3. levendig
  4. onder stroom
  5. in beweging
  6. pienter
  7. druk
  8. krachtig

Voorbeelden

leven, bestaan


live in the city

— in de stad wonen

live alone

— alleen wonen

live on

— leven op

live through hard times

— zware tijden doormaken

live


live broadcast

— live-uitzending

live coverage

— liveverslag

live on TV

— live op tv

live from the scene

— live vanaf de plaats van het gebeuren

levend, echt


live music

— live muziek

live performance

— live optreden

live animal

— levend dier

live flame

— levende vlam

onder spanning


live wire

— spanningsvoerende draad

live circuit

— spanningvoerende schakeling

live current

— spanningvoerende stroom

actief, levendig


live mind

— levendige geest

live interest

— levendige interesse

live colors

— levendige kleuren

live imagination

— levendige verbeelding