Vertaling van lord van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

lord

': heer, meester, magnaat, eigenaar
Transcriptie: [lɔːd]

Woordenboekartikel

noun

  1. heer m (gentleman)
  2. Lord m
  3. Here m
  4. God m
  5. meester
  6. magnaat
  7. eigenaar

Voorbeelden

titels, aanspreekvormen en adellijke rangen


my lord

— mijn heer; uwe edelheid

lord mayor

— lord-mayor; burgemeester van de stad

lord of the manor

— heer van het landgoed; landheer

lord and master

— heer en meester; gebieder

religieuze en bijbelse uitdrukkingen


lord god

— here god; god de heer

lord almighty

— god de almachtige; almachtige heer

lord of hosts

— heer der heirscharen

the lord knows

— god weet; alleen god weet

feodale, juridische en administratieve uitdrukkingen


feudal lord

— feodale heer; leenheer

landlord

— verhuurder; huisbaas

lord chancellor

— lord-kanselier

lord chamberlain

— lord-kamerheer; opperkamerheer

idiomen, fraseologische werkwoorden en vaste uitdrukkingen


lord it over (somebody)

— de baas spelen over iemand; zich als heer gedragen

to make somebody a lord

— iemand in de adelstand verheffen; de titel van lord verlenen

lord it up

— zich arrogant gedragen; pochen met zijn positie

literaire en culturele titels


lord of the rings

— in de ban van de ring

lord of the flies

— heer der vliegen

lord of misrule

— heer van de wanorde; narrenkoning van het feest

aanspreekvormen volgens titel en verwante vormen


your lordship

— uw lordschap; uwe excellentie

lordship

— lordstitel; heerlijkheid

lord lieutenant

— lord-luitenant; vertegenwoordiger van de monarch in het graafschap