Vertaling van lug van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

lug

': uitsteeksel, handvat, slepen, zeepier, ruk
Transcriptie: [lʌg]

Woordenboekartikel

verb

  1. sjouwen (carry)
  2. zeulen
  3. slepen
  4. sleuren

noun

  1. hijsoog n (lifting lug)
  2. lipje n
  3. uitsteeksel
  4. handvat
  5. zeepier
  6. ruk

Voorbeelden

slepen, dragen


lug something

— iets slepen; iets zeulen

lug around

— met zich meesjouwen; met iets rondzeulen

lug a suitcase

— een koffer slepen; een koffer zeulen

lug boxes

— dozen slepen; dozen dragen

lug groceries

— boodschappen slepen; boodschappen tillen

lugged home

— naar huis gesleept; mee naar huis genomen

oor, aan het oor houden


grab by the lug

— bij het oor grijpen; aan het oor pakken

tug at someone's lug

— aan iemands oor trekken; aan iemands oor rukken

hold him by the lug

— hem bij het oor houden

persoon, reus of sukkel


big lug

— reus; kolos

clumsy lug

— onhandige reus; onhandige krachtpatser

poor lug

— arme stumper; arme drommel

delen, ogen, bevestiging of auto-onderdelen


lug nut

— wielmoer; moer

lug wrench

— kruissleutel; wielsleutel

lug hole

— oog; bevestigingsgat

lifting lug

— hijsogen; hefoog

werkwoorden, uitdrukkingen of omgangstaal


lug along

— meeslepen; meevoeren

lug away

— wegslepen; meenemen

lug it

— het slepen; het dragen