Vertaling van mail van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

mail

': mail, post, maliënkolder, postwagen, postzak
Transcriptie: [meɪl]

Woordenboekartikel

noun

  1. mail m (mailing, email)
  2. post f (postal, message)
  3. email m
  4. bericht n
  5. e m (email)
  6. brief m (message)
  7. mailbox m (mailbox)
  8. verstuurd (message)
  9. versturen (send)
  10. postdienst m (postal service)

verb

  1. mailbericht m (message)
  2. mailen (mailing)
  3. sturen (send, message)
  4. verzenden
  5. stuur
  6. verstuur (email)
  7. posten (post)
  8. op de post doen
  9. met de post verzenden
  10. bepantseren

Voorbeelden

verzenden of ontvangen


send mail

— post versturen

mail a letter

— een brief per post versturen

mail a package

— een pakket per post versturen

mail something to someone

— iemand iets per post sturen

mail out

— rondsturen

mail in

— per post opsturen

mail back

— terugsturen

check the mail

— de post controleren

hold mail

— post ophouden

soorten post of bezorgmethoden


first-class mail

— eersteklaspost

registered mail

— aangetekende post

express mail

— exprespost

priority mail

— prioriteitspost

certified mail

— aangetekende post met ontvangstbevestiging

bulk mail

— bulkpost

junk mail

— ongewenste reclamepost

snail mail

— slakkenpost

e-mail


email

— e-mailbijlage

e-mail attachment

— e-mailadres

email address

— e-mailinbox

email inbox

— e-mailspam

email spam

— e-mailclient

email client

— mailserver

mail server

— brievenbus of adres

postbus


mailbox

— postadres

mailing address

— postbusnummer

post office box

— postbode of postkantoor

postbode


mail carrier

— postbode

mailman

— postkamer

mailroom

— postmedewerker

mail clerk

— zakelijke of technische uitdrukkingen

mailinglijst


mailing list

— samenvoegen van mailings

mail merge

— post doorsturen

forward mail

— post doorsturen

mail forwarding

— post doorsturen