Vertaling van maker van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

maker

': maker, fabrikant, schepper, vervaardiger
Transcriptie: [ˈmeɪkə]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. maker m (manufacturer)
  2. fabrikant m (manufacturer, software maker)
  3. Schepper m (creator)
  4. softwaremaker m
  5. autofabrikant m
  6. producent m
  7. computerfabrikant m
  8. besluitvormer m (decision maker)
  9. waterkoker m (kettle)
  10. vervaardiger

Voorbeelden

Persoon, fabrikant of beroep


 

toy maker

— speelgoedfabrikant; speelgoedmaker
 

clock maker

— klokkenmaker; horlogemaker
 

chocolate maker

— chocoladefabrikant; banketbakker
 

match maker

— huwelijksmakelaar; koppelaar
 

jewelry maker

— sieradenmaker; juwelier

Apparaat, machine of mechanisme


 

coffee maker

— koffiezetapparaat; koffiemachine
 

bread maker

— broodmachine; broodoven
 

ice maker

— ijsmachine; ijsblokjesmachine
 

paper maker

— papiermachine; papierfabriek
 

noise maker

— lawaaimaker; toeter

Rollen, functies of organisatoren


 

decision maker

— beslisser; besluitvormer
 

law maker

— wetgever; wettenmaker
 

peacemaker

— vredeestichter; bemiddelaar
 

deal maker

— dealonderhandelaar; dealmaker
 

rule maker

— regelmaker; regelschrijver

Overdrachtelijke betekenissen, kwaliteiten of kenmerken


 

trouble maker

— probleemmaker; onruststoker
 

change maker

— veranderingsagent; initiatiefnemer van verandering
 

money maker

— geldmaker; inkomstenbron
 

game maker

— spelontwikkelaar; spelmaker
 

record maker

— recordhouder; recordzetser

Samengestelde uitdrukkingen, beweging of ruimtes


 

home maker

— huisvrouw; huishoudster
 

maker movement

— makerbeweging; doe-het-zelfbeweging
 

maker space

— makersruimte; creatieve werkplaats