Vertaling van making van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

making

': making, maak, vervaardiging, vorming, aanmaak
Transcriptie: [ˈmeɪkɪŋ]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. maak
  2. maken (make, produce)
  3. creëren
  4. bereiding f (preparation)
  5. vervaardigen n (make)
  6. aanbrengen n
  7. opstellen n (preparation)
  8. fabricage f (production)
  9. voorbereiding f (preparation)
  10. bereiden (make)

participle

  1. makend

Voorbeelden

proces of handeling


 

making a decision

— een beslissing nemen
 

making a choice

— een keuze maken
 

making an effort

— zich inspannen
 

making progress

— vooruitgang boeken
 

making a plan

— een plan maken
 

making an appointment

— een afspraak maken

creatie of fabricage


 

making a cake

— een taart bakken
 

making furniture

— meubels maken
 

making clothes

— kleding naaien
 

making a model

— een model bouwen
 

making a film

— een film maken

geld, winst of voordeel


 

making money

— geld verdienen
 

making a profit

— winst maken
 

making a living

— de kost verdienen

invloed, verschil of effect


 

making a difference

— een verschil maken
 

making an impact

— impact hebben
 

making an impression

— indruk maken

begrip of logica


 

making sense

— logisch zijn
 

making no sense

— geen zin hebben

leugens, verzinsels of verzoening


 

making up a story

— een verhaal verzinnen
 

making up with someone

— het bijleggen met iemand
 

making up for something

— iets goedmaken

emoties en reacties


 

making someone happy

— iemand gelukkig maken
 

making someone angry

— iemand boos maken
 

making me think

— me aan het denken zetten

officiële, juridische handelingen


 

making a complaint

— een klacht indienen
 

making an accusation

— een beschuldiging uiten
 

making an application

— een aanvraag indienen
 

making a claim

— aanspraak maken