Vertaling van mandate van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

mandate

': mandaat, opdracht, bevelschrift, mandement, onder mandaat stellen
Transcriptie: [ˈmændeɪt]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. mandaat n
  2. verplicht (mandatory)
  3. machtigen (authorize)
  4. opdracht
  5. bevelschrift
  6. mandement

verb

  1. verplichten (require)
  2. onder mandaat stellen

Voorbeelden

bevel, beschikking


 

government mandate

— overheidsmandaat; overheidsbevel
 

federal mandate

— federaal mandaat; federaal voorschrift
 

court mandate

— gerechtelijk bevel; rechterlijk mandaat
 

regulatory mandate

— reguleringsvoorschrift; toezichtvoorschrift
 

public health mandate

— volksgezondheidsvoorschrift; sanitaire verordening

kiesmandaat; mandaat van de kiezers


 

electoral mandate

— kiesmandaat; vertrouwen van de kiezers
 

mandate to govern

— regeermandaat; bestuursmandaat
 

popular mandate

— volksmandaat; publieke steun

opdracht; aanstelling


 

mandate to act

— bevoegdheid om op te treden; opdracht om te handelen
 

mandate from the board

— mandaat van de raad van bestuur; opdracht van de raad van bestuur
 

mandate holder

— mandaathouder; opdrachthouder

verplichting; voorschrift


 

mandated reporting

— verplichte rapportage; voorgeschreven rapportage
 

mandated benefits

— verplichte uitkeringen; wettelijk voorgeschreven uitkeringen
 

mandated quarantine

— verplichte quarantaine; voorgeschreven quarantaine

voorschrijven; verplichten


 

to mandate new regulations

— nieuwe regels invoeren; nieuwe regels voorschrijven
 

to be mandated by law

— bij wet worden voorgeschreven; wettelijk verplicht zijn
 

to mandate someone to do something

— iemand de opdracht geven iets te doen; iemand machtigen iets te doen