Vertaling van mark van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

mark

': merk, mark, merkteken, merken, cijfer
Transcriptie: [mɑːk]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. Mark m
  2. merk n (trademark)
  3. stempel m (impression)
  4. noteren (record)
  5. onderscheiden (stand)
  6. markering f (highlight)
  7. teken n (signal)
  8. vinkje n (checkmark)
  9. aanduiding f (designation)
  10. label n (label)

verb

  1. merken (see)
  2. kenmerken (characterize)
  3. markeren (highlight)
  4. duiden (point)
  5. aanduiden (denote)
  6. aanvinken (select)
  7. tekenen
  8. aantekenen
  9. optekenen
  10. laten blijken