Vertaling van mark van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

mark

': merk, mark, merkteken, merken, cijfer
Transcriptie: [mɑːk]

Woordenboekartikel

noun

  1. Mark m
  2. merk n (trademark)
  3. stempel m (impression)
  4. noteren (record)
  5. onderscheiden (stand)
  6. markering f (highlight)
  7. teken n (signal)
  8. vinkje n (checkmark)
  9. aanduiding f (designation)
  10. label n (label)

verb

  1. merken (see)
  2. kenmerken (characterize)
  3. markeren (highlight)
  4. duiden (point)
  5. aanduiden (denote)
  6. aanvinken (select)
  7. tekenen
  8. aantekenen
  9. optekenen
  10. laten blijken

Voorbeelden

achtergelaten spoor, vlek


leave a mark

— een spoor achterlaten

scratch mark

— kras

scorch mark

— schroeiplek

dirt mark

— vuilvlek

watermark

— watermerk

birthmark

— moedervlek

beoordeling, punt, cijfer op school


pass mark

— voldoende

high mark

— hoge score

low mark

— lage score

mark scheme

— beoordelingsschema

mark allocation

— puntverdeling

markeren, merken, noteren


to mark

— markeren

to mark down

— afprijzen; lagere score geven

to mark up

— verhogen; aantekeningen maken

to mark off

— afvinken; afbakenen

to mark out

— afbakenen, markeren

stempel, keurmerk, handelsmerk


trademark

— handelsmerk

hallmark

— keurmerk; stempel

watermark

— watermerk

benchmark

— benchmark, ijkpunt

oriëntatiepunt, monument, mijlpaal


landmark

— oriëntatiepunt; monument; mijlpaal

benchmark test

— benchmarkt est; referentietest

milestone mark

— mijlpaal, mijlpaal

uitdrukkingen en vaste combinaties


mark my words

— onthoud mijn woorden

make one's mark

— zijn sporen verdienen

hit the mark

— het doel treffen, raak zijn

off the mark

— mis, fout

on the mark

— raak, precies goed

symbolen, tekens, interpunctie


punctuation mark

— leesteken

check mark

— vinkje

tick mark

— vinkje

registration mark

— registratieteken

copyright mark

— copyrightteken

eigennaam


Mark

— Mark

Mark Zuckerberg

— Mark Zuckerberg