Vertaling van mark van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
mark
Transcriptie: [mɑːk]
Woordenboekartikel
noun
- Mark m
- merk n (trademark)
- stempel m (impression)
- noteren (record)
- onderscheiden (stand)
- markering f (highlight)
- teken n (signal)
- vinkje n (checkmark)
- aanduiding f (designation)
- label n (label)
verb
- merken (see)
- kenmerken (characterize)
- markeren (highlight)
- duiden (point)
- aanduiden (denote)
- aanvinken (select)
- tekenen
- aantekenen
- optekenen
- laten blijken
Voorbeelden
achtergelaten spoor, vlek
leave a mark
— een spoor achterlatenscratch mark
— krasscorch mark
— schroeiplekdirt mark
— vuilvlekwatermark
— watermerkbirthmark
— moedervlekbeoordeling, punt, cijfer op school
pass mark
— voldoendehigh mark
— hoge scorelow mark
— lage scoremark scheme
— beoordelingsschemamark allocation
— puntverdelingmarkeren, merken, noteren
to mark
— markerento mark down
— afprijzen; lagere score gevento mark up
— verhogen; aantekeningen makento mark off
— afvinken; afbakenento mark out
— afbakenen, markerenstempel, keurmerk, handelsmerk
trademark
— handelsmerkhallmark
— keurmerk; stempelwatermark
— watermerkbenchmark
— benchmark, ijkpuntoriëntatiepunt, monument, mijlpaal
landmark
— oriëntatiepunt; monument; mijlpaalbenchmark test
— benchmarkt est; referentietestmilestone mark
— mijlpaal, mijlpaaluitdrukkingen en vaste combinaties
mark my words
— onthoud mijn woordenmake one's mark
— zijn sporen verdienenhit the mark
— het doel treffen, raak zijnoff the mark
— mis, fouton the mark
— raak, precies goedsymbolen, tekens, interpunctie
punctuation mark
— leestekencheck mark
— vinkjetick mark
— vinkjeregistration mark
— registratietekencopyright mark
— copyrighttekeneigennaam
Mark
— MarkMark Zuckerberg
— Mark Zuckerberg