Vertaling van marl van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

marl

': mergel, bemesten, marlen
Transcriptie: [mɑːl]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. mergel m
  2. mergelgrot f
  3. mergelsteen m

verb

  1. bemesten
  2. marlen