Vertaling van married van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

married

': getrouwd, gehuwd, huwelijk-, echtelijk
Transcriptie: [ˈmærɪd]

Woordenboekartikel

adjective

  1. getrouwd (unmarried)
  2. trouwen
  3. huwen
  4. huwelijk n (marital)
  5. gehuwd
  6. huwelijk-
  7. echtelijk

Voorbeelden

burgerlijke staat


be married

— getrouwd zijn

get married

— trouwen

stay married

— getrouwd blijven

recently married

— pas getrouwd

echtelijke staat


married couple

— echtpaar

married life

— huwelijksleven

married woman

— getrouwde vrouw

married man

— getrouwde man

getrouwd zijn met iemand


married to someone

— gelukkig getrouwd

happily married

— lang getrouwd

long-married

— getrouwd met kinderen

married with children

— huwelijks-

gehuwde naam


married name

— burgerlijke staat

married status

— gezinswoning

married quarters

— gezinstoelage

married allowance

— gehuwdenaftrek