Vertaling van marry van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

marry

': trouwen, huwen, uithuwelijken, paren, in de echt verbinden
Transcriptie: [ˈmærɪ]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. trouwen
  2. huwelijk n
  3. bruiloft m
  4. huwen
  5. uithuwelijken
  6. paren
  7. in de echt verbinden
  8. tot vrouw nemen
  9. nauw verbinden

Voorbeelden

trouwen


 

marry someone

— met iemand trouwen
 

get married

— trouwen
 

marry each other

— met elkaar trouwen
 

marry me

— met mij trouwen
 

marry the love of your life

— trouwen met de liefde van je leven
 

marry young

— jong trouwen

combineren


 

marry tradition with innovation

— traditie en innovatie combineren
 

marry form and function

— vorm en functie combineren
 

marry herbal remedies with modern medicine

— kruidenremedies combineren met moderne geneeskunde

een huwelijk voltrekken


 

marry a couple

— een paar trouwen
 

marry two people

— twee mensen trouwen
 

marry the bride and groom

— het bruidspaar trouwen

vaste uitdrukkingen


 

marry into

— in een familie trouwen
 

marry off

— uithuwelijken
 

marry up

— omhoog trouwen
 

marry down

— omlaag trouwen
 

marry out

— buiten de groep trouwen
 

marry well

— goed trouwen