Vertaling van measuring van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

measuring

': meten, opmeten, afmeten, uitmeten, de maat nemen
Transcriptie: [ˈmeʒərɪŋ]   US     UK 

Woordenboekartikel

adjective

  1. meet f (measurement)
  2. meting f (measurement)
  3. gemeten (measured)

noun

  1. meten (measurement)
  2. meetapparaat n

verb

  1. opmeten
  2. afmeten
  3. uitmeten
  4. de maat nemen
  5. toemeten
  6. onderzoekend aankijken
  7. deelbaar zijn op
  8. beoordelen