Vertaling van meat van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

meat

': vlees, spijs, voedsel, kost
Transcriptie: [miːt]

Woordenboekartikel

noun

  1. vlees n (beef)
  2. vleessoort f
  3. gehakt n (mince)
  4. spijs
  5. voedsel
  6. kost

Voorbeelden

vleessoorten


beef

— rundvlees

pork

— varkensvlees

lamb

— lamsvlees

mutton

— schapenvlees

venison

— hertenvlees

poultry

— gevogelte

game meat

— wild

offal

— slachtafval

organ meat

— orgaanvlees

porties en bereiding van vlees


ground meat

— gehakt vlees

minced meat

— gehakt

sliced meat

— gesneden vlees

boneless meat

— vlees zonder been

bone-in meat

— vlees aan het bot

marinated meat

— gemarineerd vlees

smoked meat

— gerookt vlees

cured meat

— gerijpt vlees

roasted meat

— geroosterd vlees

grilled meat

— gegrild vlees

stewed meat

— gestoofd vlees

stukken en delen van vlees


steak

— biefstuk

tenderloin

— ossenhaas

brisket

— borststuk

shank

— schenkel

chop

— kotelet

rib

— rib

ham

— ham

loin

— lende

vleesgerechten


meatballs

— gehaktballen

meat pie

— vleespastei

meat stew

— vleesstoofpot

cold cuts

— vleeswaren

barbecue meat

— barbecuevlees

kenmerken van vlees


lean meat

— mager vlees

fatty meat

— vet vlees

tender meat

— mals vlees

tough meat

— taai vlees

fresh meat

— vers vlees

spoiled meat

— bedorven vlees

frozen meat

— diepvriesvlees

dieet- en persoonskenmerken


meatless

— vleesloos

meat-eater

— vleeseter

meat lover

— vleesliefhebber

red meat

— rood vlees

white meat

— wit vlees

idiomatische uitdrukkingen


the meat of the matter

— de kern van de zaak

meat and potatoes

— het hoofdbestanddeel

to have meat on one's bones

— gezet zijn

meat market

— vleesmarkt