Vertaling van minister van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
minister
Transcriptie: [ˈmɪnɪstə]
Woordenboekartikel
noun
- minister m
- dienaar m
- predikant m
- priester m
- bewindsman
- gezant
verb
- gediend
- dienen
- toedienen
- verlenen
- dienst verrichten
- verschaffen
Voorbeelden
minister
the minister of finance
— de minister van financiëna cabinet minister
— een kabinetsministerthe foreign minister
— de minister van buitenlandse zakenthe minister resigned
— de minister trad afpredikant
a church minister
— een kerkelijke predikantthe minister preached
— de predikant preekteminister of the parish
— pastoor van de parochiethe minister gave a blessing
— de predikant gaf een zegendiplomatiek vertegenwoordiger
minister plenipotentiary
— gevolmachtigd ministerminister to France
— gezant in Frankrijkthe minister at the embassy
— de minister bij de ambassadedienen
minister to the sick
— de zieken verzorgenminister to the poor
— de armen helpenminister to public needs
— in openbare behoeften voorzien