Vertaling van nail van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

nail

': nagel, spijker, nagelen, spijkeren, vastspijkeren
Transcriptie: [neɪl]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. nagel m (fingernail)
  2. spijker m
  3. nail m
  4. klauw
  5. lengtemaat

verb

  1. nagelen
  2. spijkeren
  3. vastspijkeren
  4. snappen
  5. betrappen
  6. gappen
  7. aan zijn woord houden
  8. zich meester maken van
  9. aan de kaak stellen
  10. zich verzekeren van