Vertaling van nail van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

nail

': nagel, spijker, nagelen, spijkeren, vastspijkeren
Transcriptie: [neɪl]

Woordenboekartikel

noun

  1. nagel m (fingernail)
  2. spijker m
  3. nail m
  4. klauw
  5. lengtemaat

verb

  1. nagelen
  2. spijkeren
  3. vastspijkeren
  4. snappen
  5. betrappen
  6. gappen
  7. aan zijn woord houden
  8. zich meester maken van
  9. aan de kaak stellen
  10. zich verzekeren van

Voorbeelden

lichaamsdeel of nagel


fingernail

— vingernagel

toenail

— teennagel

nail bed

— nagelbed

nail growth

— nagelgroei

spijker of bevestiging


nail

— spijker

bent nail

— gebogen spijker

rusty nail

— roestige spijker

finishing nail

— afwerkingsspijker

box of nails

— doos met spijkers

gereedschap of apparatuur


nail gun

— spijkerpistool

nail clipper

— nagelknipper

nail file

— nagelvijl

nail brush

— nagelborstel

nagelverzorging of manicure


nail polish

— nagellak

nail art

— nagelkunst

nail salon

— nagelsalon

false nails

— kunstnagels

nail technician

— nageltechnicus

werkwoordelijke uitdrukkingen of idioom


to nail

— spijkeren

to nail down

— vastspijkeren

to nail it

— het perfect doen

to hit the nail on the head

— de spijker op de kop slaan

to bite one's nails

— op zijn nagels bijten

nail-biting

— nagelbijtend