Vertaling van name van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

name

': naam, noemen, benoemen, benaming, voornaam
Transcriptie: [neɪm]

Woordenboekartikel

noun

  1. naam m (nickname, naming Convention)
  2. heten
  3. naamgeving f
  4. genaamd (title)
  5. genoemd (say)
  6. vernoemd
  7. heet
  8. benaming
  9. voornaam
  10. naamwoord

verb

  1. noemen (call)
  2. benoemen (appoint)
  3. dopen
  4. tot de orde roepen

Voorbeelden

first name

— voornaam

last name

— achternaam

brand name

— merknaam

street name

— straatnaam

product name

— productnaam

name recognition

— naamsbekendheid

name change

— naamswijziging

family name

— achternaam; familienaam; geslachtsnaam