Vertaling van native van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
native
Transcriptie: [ˈneɪtɪv]
Woordenboekartikel
noun
- inboorling m (aborigine)
- native
- inheems
- oorspronkelijke (original)
- inwoner m (resident)
- geboorteland n (home)
- inheemse f
- Geboorteplaats f (home)
- natuurlijke
- inlander
adjective
- inheems-
- natuurlijk
- aangeboren
- gedegen
- ingeboren
- geboorte-
Voorbeelden
geboorte- of afstammings-
native language
— moedertaal; moedertaalspraaknative born
— in het land geboren; geboortignative son
— inboorling; zoon des landsnative country
— land van herkomst; vaderlandnative land
— vaderland; geboortegrondplaatselijk of oorspronkelijk
native population
— inheemse bevolking; plaatselijke bevolkingnative people
— inheemse bewoners; plaatselijke bevolkingnative tribe
— inheemse stam; plaatselijke stamnative species
— inheemse soort; soort die in de regio voorkomtnative plant
— inheemse plant; plaatselijke plantnative habitat
— natuurlijke leefomgeving; oorspronkelijke habitataangeboren of natuurlijk
native ability
— aangeboren bekwaamheid; natuurlijk talentnative instinct
— aangeboren instinct; natuurlijke intuïtienative talent
— aangeboren talent; natuurlijke gavemoedertaalspreker of taalbeheersing
native speaker
— moedertaalspreker; native speakernative tongue
— moedertaal; moedertaalspraaknative accent
— moedertaalaccent; accent van een native speakernative fluency
— vloeiend als een native speaker; vanaf de geboorte taalbeheersingtechnische of digitale context
native app
— native app; inheemse appnative code
— native code; machinecode die direct wordt uitgevoerdnative format
— native formaat; oorspronkelijk formaatnative support
— ingebouwde ondersteuning; native ondersteuningidiomatische of vaste uitdrukkingen
go native
— zich aanpassen aan plaatselijke gebruiken; opgaan in de lokale bevolkingnative to
— afkomstig uit; kenmerkend voor (regio, milieu)back to native soil
— terugkeren naar het vaderland; terugkeren naar de geboortegrondnamen, termen en dergelijke
native name
— oorspronkelijke naam; inheemse naamnative soil
— geboortegrond; vaderlandse bodemnative speaker of English
— moedertaalspreker van het Engels; native speaker van het Engels