Vertaling van native van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

native

': inheems-, natuurlijk, inlander, inboorling, aangeboren
Transcriptie: [ˈneɪtɪv]

Woordenboekartikel

noun

  1. inboorling m (aborigine)
  2. native
  3. inheems
  4. oorspronkelijke (original)
  5. inwoner m (resident)
  6. geboorteland n (home)
  7. inheemse f
  8. Geboorteplaats f (home)
  9. natuurlijke
  10. inlander

adjective

  1. inheems-
  2. natuurlijk
  3. aangeboren
  4. gedegen
  5. ingeboren
  6. geboorte-

Voorbeelden

geboorte- of afstammings-


native language

— moedertaal; moedertaalspraak

native born

— in het land geboren; geboortig

native son

— inboorling; zoon des lands

native country

— land van herkomst; vaderland

native land

— vaderland; geboortegrond

plaatselijk of oorspronkelijk


native population

— inheemse bevolking; plaatselijke bevolking

native people

— inheemse bewoners; plaatselijke bevolking

native tribe

— inheemse stam; plaatselijke stam

native species

— inheemse soort; soort die in de regio voorkomt

native plant

— inheemse plant; plaatselijke plant

native habitat

— natuurlijke leefomgeving; oorspronkelijke habitat

aangeboren of natuurlijk


native ability

— aangeboren bekwaamheid; natuurlijk talent

native instinct

— aangeboren instinct; natuurlijke intuïtie

native talent

— aangeboren talent; natuurlijke gave

moedertaalspreker of taalbeheersing


native speaker

— moedertaalspreker; native speaker

native tongue

— moedertaal; moedertaalspraak

native accent

— moedertaalaccent; accent van een native speaker

native fluency

— vloeiend als een native speaker; vanaf de geboorte taalbeheersing

technische of digitale context


native app

— native app; inheemse app

native code

— native code; machinecode die direct wordt uitgevoerd

native format

— native formaat; oorspronkelijk formaat

native support

— ingebouwde ondersteuning; native ondersteuning

idiomatische of vaste uitdrukkingen


go native

— zich aanpassen aan plaatselijke gebruiken; opgaan in de lokale bevolking

native to

— afkomstig uit; kenmerkend voor (regio, milieu)

back to native soil

— terugkeren naar het vaderland; terugkeren naar de geboortegrond

namen, termen en dergelijke


native name

— oorspronkelijke naam; inheemse naam

native soil

— geboortegrond; vaderlandse bodem

native speaker of English

— moedertaalspreker van het Engels; native speaker van het Engels