Vertaling van neighbor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

neighbor

': buurman, naaste, buur, buurvrouw, nabuur
Transcriptie: [ˈneɪbə]

Woordenboekartikel

noun

  1. buurman m (neighbour)
  2. naaste (nearest)
  3. buur m (neighbour)
  4. buurvrouw f (neighbour)
  5. buurland n (neighbour)
  6. nabuur
  7. gebuur
  8. nevenman
  9. concurrent

verb

  1. grenzen
  2. grenzen aan
  3. begrenzen
  4. benaderen
  5. als buren omgaan

Voorbeelden

de buurman, de buurvrouw


a friendly neighbor

— een vriendelijke buurman

my next-door neighbor

— mijn buurman van de overkant

a new neighbor

— een nieuwe buurman

the neighbors across the street

— de buren van de overkant

good neighbors

— goede buren

het buurhuis, ernaast


the neighboring house

— het buurhuis

neighboring countries

— buurlanden

a neighboring room

— een aangrenzende kamer

neighboring land

— aangrenzend land

neighboring towns

— buursteden

grenzen aan, aangrenzen


neighbor with a park

— grenzen aan een park

neighbor on the east

— grenzen aan het oosten

the field neighbors the road

— het veld grenst aan de weg

a plot that neighbors the river

— een perceel dat aan de rivier grenst

bevriend zijn met de buren, op goede voet met de buren leven


neighbor with each other

— met elkaar omgaan als buren

neighbor well with the family next door

— goed overweg kunnen met de buren

neighbor in peace

— in vrede met de buren leven

neighbor on friendly terms

— op vriendschappelijke voet met de buren