Vertaling van north van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

north

': noorden, noord, noord-, noordelijk, noordwaarts
Transcriptie: [nɔːθ]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. Noord m
  2. noorden n
  3. noordelijk
  4. noordelijke m
  5. noordenwind

adjective

  1. noord-
  2. noorder-

adverb

  1. noordwaarts

verb

  1. naar het noorden gaan