Vertaling van noun van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
noun
Transcriptie: [ˈnaʊn]
Voorbeelden
typen zelfstandige naamwoorden, classificatie
common noun
— soortnaamproper noun
— eigennaamabstract noun
— abstract zelfstandig naamwoord; onstoffelijk zelfstandig naamwoordconcrete noun
— concreet zelfstandig naamwoord; stoffelijk zelfstandig naamwoordcollective noun
— verzamelnaamcountable noun
— telbaar zelfstandig naamwoorduncountable noun
— ontelbaar zelfstandig naamwoord; niet-telbaar zelfstandig naamwoordmass noun
— massanaam; stofnaamcompound noun
— samengesteld zelfstandig naamwoord; samenstellingplural noun
— zelfstandig naamwoord in het meervoud; meervoudsvorm van het zelfstandig naamwoordsingular noun
— zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; enkelvoudsvorm van het zelfstandig naamwoordgrammaticale constructies, functies
noun phrase
— naamwoordelijke groep; zelfstandig-naamwoordgroepnoun clause
— bijzin die de functie van een zelfstandig naamwoord vervultsubject noun
— zelfstandig naamwoord als onderwerp; onderwerpsvormobject noun
— zelfstandig naamwoord als lijdend voorwerp; voorwerpsvormpossessive noun
— bezittelijk zelfstandig naamwoord; bezitsvorm van het zelfstandig naamwoordpredicate noun
— naamwoordelijk deel van het gezegde; predicatief zelfstandig naamwoordobject of the noun
— aanvulling bij het zelfstandig naamwoord; afhankelijk woord bij het zelfstandig naamwoordmorfologie en woordvorming, vormen en uitgangen
noun form
— vorm van het zelfstandig naamwoordnoun ending
— uitgang van het zelfstandig naamwoordnoun inflection
— verbui ging van het zelfstandig naamwoord; vormverandering van het zelfstandig naamwoordnoun declension
— verbuiging van het zelfstandig naamwoord; declinatienoun derivation
— afleiding van zelfstandige naamwoorden; derivatie van zelfstandige naamwoordennoun formation
— vorming van zelfstandige naamwoorden; woordvorming van zelfstandige naamwoordengebruik en markering, stijl en semantiek
count noun, mass noun distinction
— onderscheid tussen telbare en ontelbare zelfstandige naamwoordennoun usage
— gebruik van het zelfstandig naamwoord; toepassing van het zelfstandig naamwoordnoun gender
— geslacht van het zelfstandig naamwoordnoun class
— klasse van zelfstandige naamwoorden; categorie van zelfstandige naamwoordensemantic noun
— semantische betekenis van het zelfstandig naamwoord; betekenisaspect van het zelfstandig naamwoordnoun marker
— markeerder van het zelfstandig naamwoord; indicator van het zelfstandig naamwoord