Vertaling van nourish van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

nourish

': voeden, koesteren, grootbrengen, aankweken, aanwakkeren
Transcriptie: [ˈnʌrɪʃ]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. voeden (educate)
  2. koesteren
  3. gevoed
  4. verzorgen
  5. grootbrengen
  6. aankweken
  7. aanwakkeren
  8. onderhouden
  9. hooghouden