Vertaling van nourish van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

nourish

': voeden, koesteren, grootbrengen, aankweken, aanwakkeren
Transcriptie: [ˈnʌrɪʃ]

Woordenboekartikel

verb

  1. voeden (educate)
  2. koesteren
  3. gevoed
  4. verzorgen
  5. grootbrengen
  6. aankweken
  7. aanwakkeren
  8. onderhouden
  9. hooghouden

Voorbeelden

voeding en groei


nourish the body

— het lichaam voeden

nourish the skin

— de huid voeden

nourish the roots

— de wortels voeden

nourish plants

— planten voeden

ondersteunen en versterken


nourish a child

— een kind goed voeden

nourish the family

— het gezin onderhouden

nourish life

— het leven ondersteunen

nourish health

— de gezondheid versterken

gevoelens en ideeën ontwikkelen


nourish hope

— hoop koesteren

nourish a dream

— een droom koesteren

nourish ambition

— ambitie koesteren

nourish resentment

— wrok koesteren

relaties en interesse ondersteunen


nourish love

— liefde koesteren

nourish friendship

— vriendschap onderhouden

nourish interest

— interesse onderhouden

nourish a bond

— een band versterken