Vertaling van off van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

off

': uit, af, van, weg, naast
Transcriptie: [ɒf]

Woordenboekartikel

preposition

  1. van
  2. tegen
  3. vanuit
  4. buiten (outside of)
  5. bij
  6. aan
  7. op
  8. vanaf
  9. met
  10. langs

adverb

  1. uit
  2. af
  3. weg
  4. eraf
  5. verwijderd
  6. ver
  7. van daar
  8. van hier

verb

  1. uittrekken
  2. afnemen
  3. afhouden
  4. afbreken
  5. afleggen
  6. weggaan
  7. opstappen

adjective

  1. verder
  2. verst
  3. verder gelegen
  4. rechts
  5. rechter

Voorbeelden

afscheiding, verwijdering


cut off

— afsnijden; afscheuren

peel off

— afpellen; vervellen

take off

— uitdoen; afzetten

wipe off

— wegvegen; afvegen

uitschakelen, stoppen


turn off

— uitschakelen; uitzetten

switch off

— uitschakelen; uitzetten

power off

— uitschakelen (stroom)

shut off

— afsluiten; stopzetten

niet aan het werk, vrij


off duty

— vrij van dienst; niet op wacht

off work

— niet aan het werk; buiten het werk

off sick

— ziekgemeld; afwezig wegens ziekte

vrije tijd, rust


day off

— vrije dag

time off

— vrijaf; vrije tijd

take time off

— vrij nemen; verlof opnemen

vertrekken, op pad gaan


set off

— vertrekken; op pad gaan

take off

— opstijgen; snel succesvol worden

get off

— uitstappen; afstappen

korting, afprijzing


fifty percent off

— vijftig procent korting; vijftig procent goedkoper

ten dollars off

— tien dollar korting; tien dollar goedkoper

bederven, afgaan


go off

— bederven; afgaan; ontploffen

gone off

— bedorven; afgegaan

fout, niet in orde


off balance

— uit evenwicht

off key

— vals; uit de toon

off track

— van de weg af; op een dwaalspoor

verboden, buiten bereik


off limits

— verboden terrein; buiten de toegestane grenzen

off the record

— niet voor publicatie; vertrouwelijk

buiten het onderwerp, irrelevant


off topic

— buiten het onderwerp; off-topic

off subject

— buiten het onderwerp; irrelevant

afschrijven; kwijtschelden


write off

— afschrijving; kwijtschelding

write-off

— veraf, afgelegen

ver weg; afgelegen


far off

— op zee; voor de kust

off shore

— uit de problemen; vrijgesteld

verrast; onvoorbereid


off the hook

— op de vuist; zonder voorbereiding

off guard

— op onbewaakt ogenblik; niet voorbereid

off the cuff

— uit de losse pols; zonder voorbereiding