Vertaling van on van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

on

': op, over, aan, in, bij
Transcriptie: [ɒn]

Woordenboekartikel

preposition

  1. op
  2. aan
  3. in
  4. bij
  5. met
  6. over
  7. door
  8. verder (ahead)
  9. te
  10. naar

adverb

  1. voort
  2. erop

suffix

  1. af

Voorbeelden

op


on the table

— op de tafel

on the wall

— aan de muur

on the floor

— op de vloer

on the shoulder

— op de schouder

bij het water en aan de rand


on the river

— aan de rivier

on the lake

— aan het meer

on the coast

— aan de kust

on the shore

— op het strand

tijd en datum


on Monday

— op maandag

on 5 May

— op 5 mei

on that day

— op die dag

on time

— op tijd

beweging en manier


on foot

— te voet

on the move

— in beweging

on the way

— onderweg

on horseback

— te paard

onderwerp, relatie en samenstelling


on the subject of

— over het onderwerp

on the matter

— over de kwestie

on the radio

— op de radio

on the team

— in het team